Nieuws in september 2014

groep 8 informatie

1415 algemeen deel – informatie

1415 groep 8 – informatie

huiwerktoetsen:

Geschiedenis 8gsh1  8gsh2 8gsh3  8gsh4  8gsh5  8gsh6

aardrijkskunde 8.1 Welke kleren neem je mee op reis  8.2 Wat maakt een wereldstad bijzonder  8.3 Welk land staat er bij jou op tafel  8.4 Kan Nederland zonder het buitenland  8.5 Hoe kunnen twee werelddelen botsen  8.6 Waarom willen mensen in de stad wonen 8.7 Kun je de aarde opmaken  8.8 Ben jij een wereldburger

natuur 8 H1 zintuigen  8 H2 Keurmerken  8 H3 Energie 8 H4 seizoenen en planeten  8 H5 Zaaien en stekken  8 H6 Jongen krijgen

Klassiek voor kinderen: familievoorstelling Tillim-bom

Klassiek voor kinderen: familievoorstelling Tillim-bom

icoGeachte heer mevrouw,

Het ICO Centrum voor Kunst & Cultuur brengt graag de volgende voorstelling bij u onder de aandacht: Muziekkamer Assen presenteert tijdens haar 25-jarig jubileumfestival de speciale familievoorstelling Tilim-bom! van het wereldberoemde Osiris pianotrio (piano, viool, cello) en zangeres Gerrie de Vries.

Tilim-bom! is een muzikaal sprookje, waarin allerlei vrolijke en griezelige, kortom sprookjesachtige dingen gebeuren. Maar gelukkig komt alles aan het einde toch weer helemaal goed. Het is de muziek die de kinderen meevoert in het verhaal. De muziek van de voorstelling is bepaald niet kinderachtig, maar spreekt de kinderen aan. Spelenderwijs maken zij kennis met werken van grote componisten als Ives, Berio, Stravinsky, Schubert, Bartok, etc. Een buitenkansje om kinderen vanaf een jaar of 6 op een speelse manier met klassieke muziek in aanraking te brengen!

De voorstelling vindt plaats op zaterdag 4 oktober om 14.00 uur in: zaal “De Schalm” van het ICO-Kunstencentrum, Zuidhaege 2, 9401 NZ  ASSEN

De voorstelling is voor kinderen gratis, begeleidende volwassenen betalen €12,50. Reserveren via site of balie van De Nieuwe Kolk: www.dnk.nl

Met vriendelijke groet, Klaas Kok, medewerker Marketing en communicatie ICO Centrum voor Kunst & Cultuur

Mary’s kolommetje in september

Mary’s kolommetje in september

mary'sOok dit schooljaar krijgen we een extra portie cultuur via het kunstmenu van het ICO voorgeschoteld. De lessen worden aangeboden vanuit een nieuw systeem, dat eigenlijk wel een beetje op onze vrijdagmiddagkeuze lijkt. Alle leerkrachten mogen kiezen uit het aanbod wat het ICO voor ons heeft voorbereid. De meeste onderdelen zijn al eens voorbij gekomen dus konden we heel bewust iets kiezen dat de kinderen aansprak. Hieronder zien jullie voor welke projecten we gekozen hebben:

 

Groepen 1 en 2:

Ga je mee Kleine Wolf?  – De kinderen maken aan de hand van een prentenboek, lesuitwerkingen en een theatervoorstelling kennis met de prehistorie.

Groepen 3 en 4:

Vosjesmuziek – Van het boek Vosjesmuziek van Helma Heine maken kinderen zelf een luisterboek. In ‘Vosjesmuziek’ leren de kinderen via muziek, beelden en literatuur over natuur en taal.

Groepen 5 en 6:

Het Grootste Poppenhuis van Nederland. Een historische ontmoeting in het Drents Museum – In het poppenhuis woont de familie van Lier. Ontvanger-Generaal Johannes van Lier en zijn gezin.  Hij is een van de belangrijkste mensen van Drenthe. De leerlingen maken werkelijk kennis met de mensen uit dit huis van vroeger. Ze ontdekken dat de wereld er 250 jaar geleden heel anders uitzag!

Groepen 7 en 8:

De kunstschooldag –  Op de kunstschooldag worden de leerlingen een hele dag ondergedompeld in allerlei disciplines van de kunst. Ze komen actief in aanraking met muziek met beeldende vorming met theater en met moderne audio- en visuele technieken. De leerlingen kiezen zelf in welke onderdelen ze zich willen verdiepen.

themadag verkeer groep 3 en 4

themadag verkeer groep 3 en 4

140912 themadag verkeer (3)Vanmorgen (12 september) zijn we begonnen met een filmpje over verkeersborden. Hierna hebben we zelf een verkeersbord gemaakt. Op het kleuterplein mochten we de bestuurder of de voetganger spelen, hierna werden de rollen omgedraaid.  Veel auto’s gingen te snel en veel voetgangers moesten springen voor hun leven. Na wat instructie ging dit gelukkig beter. Hierna werd er een fiets in de klas gehaald en alle onderdelen werden benoemd. We hebben ook nog een filmpje gezien over fietsen.

’s Middags hebben we de verkeersborden afgemaakt en een kleurplaat gemaakt. Verder zijn we in de wijk op zoek gegaan naar verschillende verkeersborden. De kinderen konden op hun eigen papier aangeven welke verkeersborden ze gezien hadden. Kortom een verkeersveilige, leerzame dag!

Themadag groepen 1 en 2

Themadag groepen 1 en 2

140912 themadag verkeer (3)Op vrijdag 12 september hadden de groepen 1 t/m 4 een themadag over ‘gezond gedrag in het verkeer’. In de kleutergroepen werd begonnen met een kringgesprek over het verkeer. De kinderen hebben geleerd wat er allemaal bij het verkeer hoort en welke verkeersregels er zijn. Vervolgens hebben we een filmpje bekeken over veilig oversteken.

Om 09.00 uur ging groep 1 een wandeling door de wijk maken. Zo moesten ze oversteken, kwamen ze over een zebrapad en hebben ze de verkeerslichten gezien. Natuurlijk zagen de kinderen ook heel veel verkeersborden en hebben ze geleerd wat deze borden betekenen. Ondertussen ging groep 2 het oversteken en het toepassen van de verkeersregels oefenen op het verkeersplein. Alle fietsen en verkeersborden kwamen uit de schuur en werden op het plein gezet. Zo waren er fietsers, voetgangers, kinderen op de step en automobilisten. Gelukkig wisten de kinderen de regels heel goed en gebeurden er geen ongelukken. Later hebben de groepen gewisseld zodat groep 1 ook op het verkeersplein kon spelen en heeft groep 2 ook een wandeling gemaakt.

Na de pauze werd er in alle groepen druk geknutseld. Alle kinderen hebben een verkeerslicht gemaakt. Ze weten nu precies wanneer je door mag rijden en wanneer je moet stoppen.

’s Middags kreeg iedereen een verkeersboek. Hierin konden de kinderen mooie kleurplaten kleuren, plaatsjes bij elkaar zoeken, een verhaaltje lezen enz. Ook hebben we nog een liedje geleerd over het oversteken.

 

 

spotlight op de pleinklussers

spotlight op de pleinklussers

SONY DSC

Zaterdag 6 september was het weer zover. Een groep fantastische pleinklussers had zich bij de juffen Lisette en Dewie opgegeven om op deze mooie dag verder te werken aan het verfraaien van het schoolplein. Logisch dus dat wij die enthousiaste helpers hier even in ‘the spotlight’ zetten en ze hartelijk danken voor hun inzet! Meer foto’s in de fotogalerij.

Sport- en speldag

Sport- en speldag

140903 sportdag1-2 groepen 1 en 2

Woensdag 3 september stond in het teken van de sport- en speldag voor de groepen 1 en 2. De kinderen waren sportief gekleed en hadden er erg veel zin in! Om 08.30 uur werd er in de klas begonnen met de warming-up. Ondertussen gingen de ouders die kwamen helpen, alle spelletjes klaarzetten. Na de warming-up werden de kinderen door hun begeleiders opgehaald. In kleine groepjes gingen ze langs alle onderdelen. Zo konden de kinderen: was op hangen, blikgooien, voetballen, bowlen, tikkertje spelen, zaklopen, fietsen etc. Om 10.00 uur ging de bel. Het was tijd voor een welverdiende pauze. Ook de begeleiders konden onder het genot van een kopje koffie of thee even bijkomen.

Na de pauze werden de kinderen weer opgehaald om vervolgens weer verder te spelen en te sporten. Tegen het einde van de ochtend begon iedereen toch wel een beetje moe te worden. Het was tijd voor een verkoelende verrassing…….alle kinderen en begeleiders kregen een heerlijk ijsje. In de klas hebben alle kinderen nog een sportdiploma gekregen. We kunnen terugkijken op een sportieve en zonnige dag. Bij deze worden alle ouders hartelijk bedankt voor de hulp! (foto’s volgen)

groepen 3-8

Nadat we twee weken geleden de sportdag hebben moeten afgelasten vanwege het slechte weer kon de spelsportdag nu gelukkig doorgaan. Het weer was perfect! Er was gelukkig ook nu weer voldoende hulp van de familieleden en onze DC studenten. Zonder deze hulp kan de sportdag natuurlijk niet plaatsvinden. We bedanken bij deze dan ook iedereen die het heeft mogelijk gemaakt om een  geslaagde sportdag te hebben.

Bij zowel de jongste als de oudste kinderen werden er teams gemaakt die respectievelijk 7 en 11 spellen speelden, steeds tegen een andere tegenstander. Bij ieder spel vielen er 3, 2, of 1 punt(en) te verdienen. Na een hele morgen verwoed strijden kon de balans worden opgemaakt. Bij de onderbouw is team 4 (Jesse, Jordan, Lousanne en Sneha, onder begeleiding van Wendy) de winnaar geworden en voor de bovenbouw wist team 19 (Danny, Kirsten,Twan, Robin Kelder en Ezra) de meeste punten te verzamelen. De fotolink van Anita Maas geeft een goede indruk hoe gezellig de sportdag was, meer foto’s elders op de website.

De sportdag werd besloten met een afvalrace hardlopen. Robin Kelder (gr.6) is overduidelijk de snelste duurloper van school, zelfs meester John kon hem niet bijhouden. Nummer 2 en 3 waren Jayro (6) en Danny (8). Bij de meisjes ging de overwinning naar Michelle (7) gevolgd door Esra (6) en Janthe (7)

Na de pauze waren er voor de groepen 3 en 4 ’gezellige’ spellen waarbij winnen of verliezen helemaal niet belangrijk was, maar het vermaak voorop stond. Al met al kunnen we terugkijken op een geslaagde spelsportdag – Heleen

Column – Een lerend mens telt voor twee – Patrick Sins

Column – Een lerend mens telt voor twee – Patrick Sins

talentOnderstaande column is geschreven door Patrick Sins, lector daltononderwijs & onderwijsvernieuwing aan de Academie Pedagogiek & Onderwijs, Saxion Hogescholen

Talent wordt gezien als iets dat aangeboren is en dat vroeg bij kinderen te signaleren is. Echter zou ik vraagtekens bij dit talent-denken willen plaatsen, door te stellen dat exceptionele gedrag (talent) het gevolg is van toegewijde en doelgerichte oefening. Bovendien stel ik, dat de leerkracht een cruciale rol speelt in het ondersteunen en stimuleren van dit proces.

Oefening baart kunst dus en de leerkracht is daarbij ontzettend belangrijk. Waarom je onderwijst gaat er vooral om, dat je als leraar voorwaarden creëert om leerlingen doelgericht te laten oefenen, zodat ze op hun niveau kunnen excelleren. Laat ik eerst bewijs aanvoeren voor mijn stelling dat aangeboren talent niet bestaat.

De man die er zijn levenswerk van heeft gemaakt het belang van de kwaliteit van oefening te onderzoeken, is de Zweeds-Amerikaanse onderzoeker Anders Ericsson. In de discussie over het belang van oefening bij het leveren van topprestaties neemt hij een zeer interessant, maar ook een zeer extreem standpunt in. In zijn visie kunnen topprestaties, in welk domein dan ook,
verklaard worden door de hoeveelheid en met name de kwaliteit van de oefening. Talent of aanleg, bestaat voor hem niet. De uitzonderlijke prestaties van ‘talenten’ wordt volgens hem verklaard door de hoeveelheid tijd die wordt besteed aan doelgerichte oefening.

Om deze aanname te toetsen aan de hand van onderzoek, verzamelden Ericsson en collega’s in twee studies de gegevens van violisten en pianisten van verschillende prestatieniveaus. Er werd een verschil gemaakt tussen musici die in internationaal befaamde symfonieorkesten speelden (de experts) of die de potentie hadden om internationaal solist te worden (de profs) en musici die muziekdocent zouden worden (de amateurs). Om doelgerichte oefening te meten, werd de musici gevraagd bij te houden hoeveel uren ze gemiddeld besteedden aan geconcentreerd individuele oefenen. Uit analyses blijkt dat de experts tot drie keer meer tijd aan doelgerichte oefening spenderen, in vergelijking met de profs of amateurs. Experts besteden gemiddeld 60 tot 50 uur per week aan muziek gerelateerde activiteiten, de helft waarvan aan doelgerichte oefening.

Ericsson en collega’s tonen op overtuigende wijze aan dat de hoeveelheid tijd die besteed is aan doelgerichte oefening een positief verband laat zien met huidige en toekomstige prestatie. Oefening baart dus kunst. Zo hebben de beste violisten (experts) op hun achttiende gemiddeld genomen al meer dan 2000 uur meer aan doelgerichte oefening besteed dan goede violisten (de profs). Het verschil met amateur musici is dan al opgelopen tot bijna 4000 uur. Gemiddeld genomen duurt het 10 jaar om het niveau van expert te bereiken. Dat geldt niet alleen voor het domein muziek, maar ook voor andere expertises als bijvoorbeeld schaken, het stellen van medische diagnosen en wetenschapsbeoefening. Verder blijkt uit de studie van Ericsson en collega’s dat personen die eerder beginnen met doelgerichte oefening ook eerder een hogere prestatieniveau bereiken in vergelijking met leeftijdsgenoten.

Hoe ziet dat proces van doelgerichte oefening eruit en wat kan een leerkracht doen om dit proces te ondersteunen?

Iedereen kent het wel als hij of zij een instrument wilt leren spelen en hoopt ooit het
niveau van de hobbyist te ontstijgen, maar er toch het bijltje bij heeft moeten neergooien. Zo ook ik. Ik ben ooit begonnen met het spelen van een gitaar, in het begin vlotte het behoorlijk, ik kreeg de greep te pakken en kon al wat deuntjes van kinderliedjes mee tokkelen. Maar op een gegeven moment bereikte ik een dip. Het ging me niet snel genoeg. Mijn progressie in het spelen van de gitaar leek af te vlakken, ik leerde voor mijn gevoel weinig bij. Dit heeft ertoe geleid dat ik me heb toegelegd op louter kinderliedjes spelen. Hoe komt
dit?

De power law of practice van Newell en Rosenbloom biedt hier uitkomst. Hieruit blijkt dat het verschil in prestatieniveau in de loop der tijd steeds kleiner wordt, bij eenzelfde hoeveelheid oefening. Je stappen voorwaarts worden dus steeds kleiner. Maar misschien had ik de hoop toch iets te snel laten varen en had ik niet alleen kinderliedjes hoeven te spelen voor mijn kinderen maar ook voor een groter publiek. Althans, dat is de hoop die de theorie van Ericsson
ons geeft. Echter, moet de oefening wel goed zijn om echt progressie te maken.
Wat is dat goede oefening?

Ericsson en collega´s omschrijven doelgerichte oefening als de trainingsactiviteiten die erop gericht zijn specifieke aspecten van de prestatie te verbeteren door herhaling en door aanhoudende bijstelling. Het gaat daarbij niet louter om het oefenen van wat je al kan, maar bovenal om tijd te besteden aan zaken die je nog niet zo goed kan. Doelgerichte oefening bestaat dus uit twee soorten leren: het verbeteren van de huidige kennis en vaardigheden en het uitbreiden daarvan. De enorme verwerkingscapaciteit die gepaard gaat met het kunnen ondernemen van beide taken, beperkt de hoeveelheid tijd die je eraan kan besteden. Om hier
optimaal gebruik van te maken, is het volgens Ericsson en collega’s niet alleen noodzakelijk om gemotiveerd met volle concentratie te blijven oefenen, maar ook om maximaal voordeel te behalen uit feedback en uit reflectie.

Hier komt de leraar dus erg van pas. Om leerlingen uit te dagen tot doelgerichte oefening en dus tot hogere prestaties, moet een leraar voor vijf zaken zorgen, dat: (1) er duidelijk wordt omschreven wat er geleerd moet worden, (2) de oefentaken aansluiten op het niveau van de leerling, (3) er mogelijkheid is voor herhaling, (4) er fouten gemaakt mogen worden door de leerling, zonder dat dit (negatieve) consequenties heeft en (5) er gepaste feedback gegegeven wordt. De essentie van het ondersteunen van doelgerichte oefening (weten waarom je onderwijst) is het vormgeven van onderwijs waarin je leerlingen ruimte geeft om te oefenen en ze stimuleert te onderzoeken hoe een leertaak anders of beter kan worden uitgevoerd; dit alles passend bij het niveau van de leerling. Een goede timing is hierbij essentieel.

In haar zojuist verschenen boek getiteld: Onderwijs, weer weten waarom, geeft de pedagoge Wilna Meijer aan dat een goede leraar kan zien wat een leerling raakt, pakt of interesseert, maar bovenal ook wat hij of zij moeilijk vindt en waar de leerling de fout ingaat of wat juist makkelijk verloopt. Het gaat erom dat de leraar in staat is concrete signalen van leerlingen, die duiden op begrip of onbegrip voor de leerstof waarmee geoefend wordt, kan opmerken. De goede leraar
ziet wanneer hij een leerling nog tijd moet gunnen om een taak onder de knie te krijgen, het even moet laten gaan en wanneer hij of zij juist moet ingrijpen; het gaat om goede timing en het goed gebruiken van tijd. Een leraar zal geen bevredigender moment kennen dan wanneer een leerling iets nieuws heeft geleerd of beter gaat presteren; wat nodig is, zijn tijd en ruimte om doelgerichte oefening te laten plaatsvinden. De vraag is in hoeverre dit mogelijk is in het
klimaat van opbrengstgericht werken en dichtgetimmerde roosters. Maar dit is
even van geheel andere orde.

Resumerend. Ruimte geven en laten om kinderen op hun eigen niveau en in hun eigen tempo
doelgericht te laten oefenen met de leerstof. Of zoals Helen Parkhurst zei: “stay out of the way!” Geef kinderen de ruimte om te ervaren en vooral te oefenen. Dat is waarom je onderwijst.

Geraadpleegde literatuur

De inspiratie om dit voorbeeld te gebruiken vindt zijn oorsprong in de inaugurele rede van Remy Rikers. Rikers, R. M. J. P. (2009). Van Dubbeltje tot Kwartje. Oratie uitgesproken op 27 februari 2009. Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dit in het kader van “De Grote Psychologie van de Koude Grond Quiz”, georganiseerd door de Volkskrant.

Zie onder meer: Ericsson, K. A., Krampe, R. Th., & Tesch-Romer, C. (1993). The role of deliberate practice in the acquisition of expert performance. Psychological Review, 100, 363-406 en Ericsson, K. A. & Lehmann, A. C. (1996). Expert and exceptional performance: Evidence on maximal adaptations on task constraints. Annual Review of Psychology, 47, 273-305.

Newell, A., & Rosenbloom, P.S. (1981). Mechanisms of skill acquisition and the law
of practice. In J. R. Anderson (Ed.), Cognitive skills and their acquisition,
pp. 1-51. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates, Inc.

Meijer, W.A.J. (2013). Onderwijs, weer weten waarom. Amsterdam.